Opinie: De Nederlandse trots

In Nederland is het tegenwoordig haast een taboe om trots op dit mooie land te zijn, en al helemaal om die trots te uiten. Kritiek geven op andere bevolkingsgroepen en geloven wordt al helemaal niet gewaardeerd, zelfs niet als het kritiek is met goede onderbouwende argumenten. Nederland lijkt zijn identiteit te verliezen, onder andere simpelweg door het feit dat niemand meer trots op Nederland durft te zijn.  Er zijn echter ook andere factoren die meespelen in ons identiteitsverlies. In dit boek zal ik betogen welke maatschappelijke verschijnselen, en tevens welke problemen, een rol spelen in ons identiteitsverlies. 

Een merendeel van de Nederlanders schijnt tegenwoordig het idee te hebben dat wij als land de ‘brave hendrik’ moeten zijn. Niet zozeer ‘brave hendrik’ in de zin van je keurig aan de regels houden en nooit kattenkwaad uithalen, maar meer in de zin van altijd moreel gezien het juiste willen doen. Zelfs als dat ten koste gaat van ons land, ons cultuur en uiteindelijk onze identiteit. We mogen geen kritiek hebben op vluchtelingen, en hun gedrag, dat in sommige gevallen niet best is. Als je ook maar een beetje kritisch over de Islam praat ben je ineens een islamofoob, een racist. We mogen niet trots zijn op onze tradities, cultuur en ons verleden. Hoe het komen zou, dat Nederlanders niet trots op hun land zijn, en zelfs als dat als wel het geval is, daar niet openlijk over praten, heeft wellicht met het verleden te maken.

Veel mensen denken bij de term ‘nationalisme’ meteen aan Duitsland in beide wereldoorlogen. Alhoewel zelfs te betwijfelen valt of puur het nationalisme in Duitsland in de twintigste eeuw de oorzaken voor de wereldoorlogen was, is er natuurlijk geen twijfel over mogelijk dat nationalisme ook door kan slaan. Nationalisme houdt simpel gesteld in dat je een sterke voorliefde voor je land en volk hebt. Nergens in de betekenis van nationalisme staat iets over haat tegenover andere volken, bevolkingsgroepen of religies. Dat idee schijnt steeds meer verstaan te worden onder de term van nationalisme. Een voorliefde voor eigen volk en land hebben, betekent dus per definitie helemaal niet dat er sprake is van superioriteitsdenken of haat jegens een bepaald ander volk of andere groep is. Uiteraard was dit in de Tweede Wereldoorlog wel het geval, in de vorm van Jodenhaat, ofwel het antisemitisme. Hier is ook niet meer sprake van nationalisme, maar eerder van haat en superioriteitsdenken, ondanks dat de Duitsers zichzelf bestempelden met het nationaalsocialisme. Nazi-Duitsland is dus een vorm van doorgeslagen nationalisme.

In Europa komt het nationalisme in verschillende landen weer naar boven. Ook in Nederland de laatste jaren steeds meer. Dit heeft verschillende mogelijke oorzaken, als voornaamste misschien wel dat de EU als supranationale instantie steeds meer macht krijgt, en wij de soevereiniteit in ons land beetje voor beetje verliezen. Echter speelt immigratie van mensen met wie Nederlanders als volk totaal geen verbondenheid voelen, en die zich ook amper, of in ieder geval te weinig, verbonden voelen met onze samenleving en onze normen en waarden ook een grote rol. Een groot deel van deze groep mensen is vluchteling. Wellicht hechten wij, Nederlanders, om die redenen steeds meer waarde aan wat er nog wel echt van ons is, onze tradities en feestdagen. Daarom kwam het als een grote schok voor veel Nederlanders, toen een paar jaar geleden de zwartepietdiscussie ontstond. Juist nu, nu we ons land moeten delen met vele nieuwkomers die zich slecht aanpassen aan onze samenleving, en we steeds meer macht moeten inleveren bij de EU, staat een van de weinige feestdagen die echt van ons is, op het punt van ons afgepakt te worden. Verbazingwekkend is te zien dat juist veel mensen, met een donkere huidskleur, of van niet Nederlandse komaf, veel minder moeilijk doen over zwarte piet. Uiteraard zitten er ook van hen mensen bij die zwarte piet wel degelijk aanstootgevend of racistisch vinden, maar het zijn voornamelijk Nederlanders, linkse blanke Nederlanders, die de zwartepietdiscussie gaande houden, en een of andere plicht voelen op te komen voor donkere mensen, ongevraagd weliswaar, omdat ze volgens de linkse Nederlander door zwarte piet, herinnerd zouden worden aan het slavernijverleden. Iedereen weet dat sinterklaas een kinderfeest is, en dat een kind niet eens onderscheid maakt tussen donker of blank. Je zou zelfs kunnen stellen, dat door de hele zwartepietdiscussie, kinderen er juist meer op gaan letten, en misschien zelfs wel onderscheid tussen huidskleuren gaan maken, wat averechts staat op wat beide partijen (Voor- en tegenstanders zwarte piet) willen bereiken. Het belangrijkste punt is echter dat het een Nederlands feest is, en desondanks dat we in een vrij progressief land wonen, dat niet betekent dat we eeuwenoude tradities moeten aanpassen, omdat er mensen zijn die het feest aanstootgevend vinden. Het is nogmaals simpelweg een kinderfeest, waar je niet te veel symboliek en historische feiten achter moet zoeken, evenmin als kinderen dat doen. Geniet gewoon van het feit, dat we in zo’n klein land een vrij unieke nationale feestdag hebben, die helemaal van ons is, en staat voor gezelligheid, cadeaus en lekkers. Erg zonde om over zo’n leuke, positieve feestdag, een nutteloze discussie te gaan houden, waarbij de voor- en tegenstanders het toch nooit met elkaar eens zullen gaan zijn.

Echter zijn er ook nog evenementen of feestdagen die dat nationale Nederlandse gevoel wel zonder (al te veel) kritiek uitstralen. Neem nou bijvoorbeeld een wedstrijd van het Nederlands voetbalelftal, iedereen in het oranje, vrijwel nooit rellen, en een en al gezelligheid. Heel wat anders dan wanneer bijvoorbeeld Ajax tegen Feyenoord speelt. Voetbal is weliswaar simpelweg een sport, zonder ook maar enig aanstootgevende factoren (zoals bijvoorbeeld de huidskleur van zwarte piet, bij het sinterklaasfeest) maar het blijft mooi om te zien dat Nederlanders tijdens en rondom een wedstrijd zich als één voelen, het oranje legioen. Een andere nationale feestdag waarbij het oranjegevoel er duidelijk van af spat, is koningsdag. Niemand verplicht Nederlanders de straat op te gaan en mee te feesten, en toch is de participatie tijdens Koningsdag erg hoog. Het lijkt haast of Nederlanders zo erg behoefte hebben aan deze ene nationale feestdag, juist omdat er geen discussies of kritiek op bestaat, en dit dus een van de weinige dagen van het jaar is waarop je Nederlander zijn kan vieren. Tijdens oud en nieuw staat vuurwerk altijd ter discussie, wel of niet door particulieren laten afsteken. Tijdens Bevrijdingsdag, komt elk jaar weer de vraag of we zo lang na het eindigen van de Tweede wereldoorlog, de oorlog en diens slachtoffers nog wel zouden moeten herdenken. En tijdens het sinterklaasfeest elk jaar dus weer de zwartepietdiscussie. Allemaal feestdagen waarop verdeeldheid over bepaalde onderdelen van het feest heerst. Koningsdag lijkt haast de enige feestdag waarover amper tot geen discussie over bestaat. Wellicht dat juist dat de sterke verbondenheid en volle participatie van de Nederlanders bevordert. Gewoon lekker feesten, zonder bestaande discussies over het feest. Je zou daarom zelfs kunnen stellen, dat omdat andere feestdagen veranderen, of hun belang afneemt, koningsdag een alleen maar van grotere waarde wordende feestdag zal gaan zijn voor Nederlanders. 

Een andere kwestie die het bespreken zeker waard is, is de situatie in Winterswijk, rondom Bevrijdingsdag in 2019. De organisatie die het Bevrijdingsfestival organiseerde in Winterswijk vond het niet gepast bij een internationale viering, dat het volkslied op het Bevrijdingsconcert zou worden gespeeld, bij het concert zouden ook aardig wat Duitsers aanwezig zijn. Daar bovenop zou het te nationalistisch zijn om het volkslied te spelen. Vrij ironisch, op de Nationale Bevrijdingsdag, waarop we herdenken dat Nederland bevrijd is. Uiteraard werd deze kwestie landelijk besproken, en uiteindelijk zelfs ook in de Tweede Kamer voorgelegd. Het voornemen om het volkslied dus maar niet te spelen, werd teruggedraaid, en het volkslied werd dan ook uit volle borst gespeeld in Winterswijk. Wat echter zorgbarend is, is dat de organisatie überhaupt voornam om het volkslied niet te spelen. Schamen ze zich zo voor Nederland? Of durven ze niet trots op Nederland te zijn? Deze gedachtegang, van niks uiten wat ook maar iets van nationale trots weg heeft, schijnt in het gehele land te spelen, ook wat betreft ons verleden. Ons verleden is een veelal prachtig verleden. In de gouden eeuw bijvoorbeeld, maakte de republiek een bloei mee in de handel, wetenschap, kunst en op militair gebied. Economisch was de republiek een van de rijkste landen ter wereld, en militair gezien, op zee althans, waren we ook haast onverslaanbaar. De oprichting van de VOC, de verenigde Oost-Indische compagnie, wordt over het algemeen ook wel gezien als het jaar waarin de Gouden Eeuw van start ging. Hoewel de Gouden Eeuw en tevens de VOC van onschatbare waarde zijn geweest voor de republiek, en daarmee ook voor het Nederland waarin wij nu leven, focussen veel mensen zich alleen op de zwarte bladzijde van onze geschiedenis, namelijk de slavernij en ons koloniaal verleden. Nederland heeft weliswaar ruim 50.000 slaven verhandeld, wat vreselijk en onmenselijk is, maar dat betekent niet dat we de hele gouden eeuw niet zouden mogen verheerlijken. Ons slavernij verleden moeten we uiteraard niet verheerlijken of trots op zijn, maar het is wel degelijk deel van onze geschiedenis, die ons heeft gemaakt tot wat nu zijn. Wat betreft ons koloniaal verleden, dat is een moeilijke kwestie. De landen waarvan het het meest bekend is dat Nederland ze had gekoloniseerd, moeten haast wel de Nederlandse Antillen, Nederlands-Indië en Suriname zijn. In de gouden eeuw was het een veel voorkomend verschijnsel dat landen op zoek gingen naar grondstoffen of andere bronnen van inkomsten in het buitenland, en daar hun macht gingen uitoefenen, ofwel het imperialisme. In de Nederlandse Antillen en in Suriname, is Nederlands nog steeds de meest gesproken taal, in Suriname is het zelfs nog de officiële landstaal. Nederlands-Indië kampte direct naar de Tweede Wereldoorlog met een machtsvacuüm, nadat de japanners zich terugtrokken uit het land. Nederlanders probeerden door middel van de politionele acties het land binnen het koninkrijk der Nederlanden te houden, maar het mocht niet baten. De Verenigde Staten stond erop dat Nederland Nederlands-Indië opgaf, en dreigde te stoppen met de Marshallhulp als dat niet gebeurde. De Marshallhulp was erg nodig voor de wederopbouw, en dus werd er besloten om Nederlands-Indië te laten gaan. Je zou je af kunnen vragen of Indonesië zonder de Nederlanders er op vooruit is gegaan. Ten tijde van de Nederlandse invloed in Nederlands-Indië, was het niveau van het onderwijs aanzienlijk hoger dan voorheen. Ook hielpen de Nederlanders er mee in het algemeen, ze hielpen de infrastructuur onder andere verbeteren. De Islam is nu met 90% het grootste geloof in het land, en daarmee zelfs de grootste moslimnatie. De Islam is niet de officiële religie van het land, maar de sharia, strenge Islamitische wetten, wordt steeds meer toegepast in het land. Ervan afhangend vanuit welk perspectief je kijkt, is Indonesië er zonder Nederland dus juist achteruit op gegaan.

Ons koloniaal verleden en de slavernij, zijn dus twee dingen in onze geschiedenis waar we niet trots op mogen zijn. Maar onze geschiedenis kent ook veel mooie kanten. Onze kennis van waterbeheersing bijvoorbeeld, wordt mondiaal bewonderd. Het gebeurt dan ook nog steeds regelmatig dat andere landen beroep doen op onze kennis van waterbeheersing, en onze hulp inschakelen. Onze handelsgeschiedenis mogen we ook best trots op zijn, Nederland blijft ondanks zijn grootte op wereldniveau altijd wel bij, economisch gezien. Al helemaal tijdens de Gouden Eeuw. Wat betreft ons koloniaal verleden, we hoeven er wellicht niet trots op te zijn, maar eenieder zou toegeven dat het zeker knap was dat een klein land als Nederland, zoveel gebieden heeft weten te veroveren en voor lange tijd zijn macht in het buitenland heeft uitgeoefend. De wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, mogen we ook zeker niet vergeten. Het land kwam toen echt samen, en had maar één doel, namelijk het land zo snel mogelijk weer op te bouwen. Wat achteraf gezien erg structureel gebeurd is, en wederom zeker iets is waar we weer trots op mogen zijn.

Onze geschiedenis terzijde, zijn er nog vele andere redenen die we hebben om zeker wel trots te mogen zijn op dit land. Sport bijvoorbeeld. Zo’n klein land, en ook op sportief niveau blijven we met vrijwel alle grote sporten bij bij de grote wereldmachten. Neem nou als voorbeeld voetbal, naast het EK van ’88, stonden we in 2010, in de finale, en scheelde het maar net de teen van de Spaanse keeper, of we hadden die beker mee terug het vliegtuig in genomen. Dan heb je natuurlijk ook nog het WK van 2014, waarin we derde werden. Vrij knappe prestatie. Ook met andere sporten, als schaatsen en hockey, blinkt Nederland uit. Ook mogen we best trots zijn op de inrichting van de staat. Ondanks dat er te discussiëren valt over of Nederland te links is de laatste jaren, is het een mooie prestatie dat we een over het algemeen goed geregelde verzorgingsstaat hebben, die voor al zijn inwoners zorgt. 

Toen Maxima in 2007 zei dat ‘de Nederlander niet bestond’, ontstond daar veel ophef over. Niet heel gek als je het van een afstand bekijkt. Een (toenmalig) prinses, van buitenlandse komaf, die in Nederland tegen ons zegt dat ‘de Nederlander’ niet bestaat. De uitspraak impliceerde dat de Nederlandse identiteit helemaal niet bestaat. Maar als de Nederlander en de Nederlandse identiteit niet bestaan, wat is Nederland dan? Een land vol individuele mensen, zonder gezamenlijke cultuur? Vrij triest beeld. Gelukkig zijn er veel mensen van mening dat de Nederlandse identiteit wel degelijk bestaat. De Nederlandse identiteit bestaat uit onze tolerantie, acceptatie, oranjegevoel, geschiedenis, cultuur en tradities. 

Trots zijn op wie je bent, en op je land is niks mis mee. Zeker niet als je in zo’n mooi land als Nederland leeft.

Door: Florian